Veel Praet
25 augustus 2008
Aan de dame in de open cabrio – inclusief dramatische sjaal om haar coiffure te beschermen tegen de uitlaatgassen van de Brusselse ochtendspits – vanmorgen op de Van Praetlaan. Dat ik u langs links stapvoets voorbij gereden kwam, rechtvaardigde de non-verbale communicatie die u daarbij mijn richting uitstuurde allerminst.
Inderdaad, u was al geruime tijd aan het aanschuiven en had waarschijnlijk net een manicure-afspraak moeten afbellen. En ja, het feit dat u stilstond onder het dichte bladerdak van het Koninklijk Domein maakte ongetwijfeld dat u zich afvroeg waarom u toch net die cabrio geëist had van uw minnaar. Maar dat ik sneller dan u op mijn bestemming zou aankomen, was niet omdat ik een $”##*$*&§## ben die geen greintje respect heeft voor haar collega-weggebruikers. Dat was gewoon omdat ik niet zo idioot ben om mee te gaan aanschuiven in één van de twee overbelaste rijstroken richting Brussel, terwijl het linkervak nog anderhalve kilometer onbenut blijft alvorens deze moet ‘ritsen’ richting middenrijvak. U creëert aldaar uw eigen file, beste dame, in plaats van gewoon de ruimte te benutten waarmee God – of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – ons gezegend heeft.
Die uitgestoken tong in uw richting was aldus volkomen gerechtvaardigd.
Entry Filed under: Uncategorized. Tags: Van Praetlaan, werken.
Trackback this post | Subscribe to the comments via RSS Feed